Gezondheidsrisico's van Radioactiviteit

Radioactiviteit heeft een negatieve invloed op de gezondheid.

Deze invloed is afhankelijk van verschillende factoren: de aard van de straling, de sterkte ervan en de afstand tot de straling.

Een zeer hoge blootstelling aan radioactiviteit kan de dood tot gevolg hebben binnen enkele seconden.

Invloed van radioactiviteit op het lichaam

Radioactieve of ioniserende straling brengt veranderingen aan de structuur van atomen aan door er electronen van te ontnemen. Dit gebeurt ook met de atomen en moleculen in het menselijk lichaam. De schade die zo optreedt kan cellen doen afsterven en kan het DNA materiaal in de cellen aantasten. De gevolgen van de celschade zijn sterk afhankelijk van de stralingsdosis en de aard van de straling: alfa stralen kunnen roodheid op de huid veroorzaken, vergelijkbaar met brandwonden, maar kunnen de huid niet doordringen. Gamma stralen doordringen het lichaam en brengen schade toe aan de cellen en het DNA van de cellen in het lichaam.

Stralingsziekte

Stralingsziekte is een aandoening die optreedt wanneer iemand kortstondig aan een hoge stralingsdosis wordt blootgesteld. De acute symptomen (=die snel optreden na de bestraling) zijn misselijkheid, braken en diarree. Ook kan men in een onderzoek van het bloed een daling van de bloedcellen vaststellen. Erg hoge stralingsdosissen kunnen ook zenuwsymptomen veroorzaken. Huidletsels als roodheid en jeuk worden dan ook vaak gezien. Deze acute symptomen verdwijnen meestal spontaan na enkele minuten tot dagen.

In de acute fase kan sterfte optreden bij hoge stralingsdosissen. Bij lagere dosis zal de patiënt na de acute fase 2 tot 3 weken zonder symptomen blijven.

Twee tot drie weken na de blootstelling aan de straling treden dan nieuwe symptomen op. Bij lage bestralingsdosis treedt moeheid en een daling in de witte bloedcellen op. Hogere dosissen kunnen zich dan uiten in haarverlies, bloedingen en infecties. In de ergste gevallen treedt ernstig braken en diarree op, gepaard met hoge koorts. Hoe hoger de straling, hoe groter de kans dat de patiënt dood gaat. Sterfte treedt meestal op binnen de 2 maanden na de blootstelling aan de straling.

Langdurige blootstelling

Bij langdurige blootstelling aan een lage dosis radioactieve straling treedt schade op aan het DNA van de cellen.

De schade aan het DNA kan maar beperkt hersteld worden door het lichaam: de cellen zullen afsterven of blijven leven met veranderingen in het DNA tot gevolg: mutaties. Het zijn deze mutaties die lange termijn gevolgen kunnen hebben, met name de ontwikkeling van kanker. De kans dat een bestraald iemand kanker krijgt neemt toe met de duur en de intensiteit van de straling: hoe langer en hoe intensiever de straling, hoe meer DNA schade er optreedt en hoe groter de kans dat een cel met beschadigd DNA een kankercel wordt.

Mutaties zitten verankerd in het genetische materiaal en worden doorgegeven aan het nageslacht.

Kanker kan optreden jaren nadat de bestraling plaatsvond.

Het gevaar van radioactieve stoffen ligt niet enkel in de straling, maar ook in de opname van de stof. In de omgeving kan immers radioactief stof in de lucht zweven dat kan opgenomen worden door inademing of door radioactief besmet voedsel op te nemen. Dit is ernstiger dan gewone straling omdat de straling na opname van binnenuit gebeurd en direct de ingewanden bereikt. Bovendien blijft het radioactief stof na inademing in de longen waar het een langdurige straling veroorzaakt waar men niet meer aan kan ontsnappen.